• Opdrachtgever
  • Provincie Fryslân
  • Locatie
  • Fryslân
  • Schaal
  • L
  • Periode
  • 2017
  • Partners
  • BügelHajema Adviseurs

Wat betekent het ruimtelijk en maatschappelijk als de provincie Fryslân in 2050 onafhankelijk is van fossiele brandstoffen? Deze vraag staat centraal in de verkenning van de ruimtelijke mogelijkheden voor de energietransitie die H+N+S en BügelHajema Adviseurs hebben opgesteld.

Aanleiding

De Friese gemeenten ontwikkelen samen met de provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân een strategie gericht op een energieneutraal Fryslân in 2050. Een opgave van formaat. Als onderdeel van de energiestrategie zijn regionale ateliers georganiseerd over duurzame energieopwekking en de ruimtelijke betekenis daarvan. De regionale ateliers zijn er op gericht om de omvang van de energieopgave te verkennen en op zoek te gaan naar een draagbare aanpak voor de Friese samenleving en het Friese landschap.

Decentraal wat kan, centraal wat moet

Het past bij de traditie en organisatiekracht van Fryslân om de inbreng vanuit de samenleving optimaal tot bloei te laten komen, gestimuleerd, gestut en gesteund door de overheid. Dit naast een taak voor de overheid om centraal een aantal belangrijke stappen te zetten, nodig om samen het doel, energieneutraal in 2050, te kunnen halen. De balans tussen beide is doorslaggevend voor het slagen van de energietransitie.

De sociale kaart van Fryslân; een groot organiserend vermogen in de vorm van energiecoöperaties, een breed scala aan goede voorbeelden en potentiële innovaties.
De Provincie Fryslân valt grofweg in vier landschappelijke eenheden te onderverdelen: de Wadden, de zandlandschappen, de veenlandschappen en de kleilandschappen.

Aanpak

Fundament voor het project waren de regionale ateliers waarin honderden geïnteresseerden, vertegenwoordigers van lokale energiecoöperaties, bedrijven, instellingen, gemeenten, Wetterskip en provincie betrokken waren. Samen met deze partijen werkten wij aan een draagbare aanpak voor de Friese Samenleving en het Friese landschap. Één ding is namelijk zeker; in ons landschap zullen wij de energietransitie gaan zien, ruiken, horen, voelen en beleven. Energieopwekking zal in 2050 veel meer dan nu, zichtbaar zijn.

De sociale kaart laat zien dat Fryslân een groot organiserend vermogen heeft in de vorm van energiecoöperaties, een breed scala aan goede voorbeelden en potentiële innovaties. Op de kaart worden ter illustratie hiervan een paar voorbeelden getoond. Fryslân heeft de meeste energiecoöperaties van alle provincies in Nederland.

De kernen van Fryslân onderverdeeld naar 3 categorieën: donkerblauw = >10.000 inwoners; blauw = 2000 tot 10.000 inwoners; lichtblauw = < 2000 inwoners.
De netwerkenkaart; (energie)netwerken bieden kansen voor hernieuwbare energie.

Resultaat

Het eindrapport van dit project laat zien wat energieneutraal ruimtelijk betekent en hoe belangrijk het proces daarbij is. Hoe de samenleving zich voor kan bereiden, omschreven voor agrarische ondernemers, recreatieondernemers, productiebedrijven, maatschappelijke instellingen, dorpen en huiseigenaren. En hoe de overheid kan en moet helpen op het gebied van communicatie, scholing, financiële hulp, regelgeving en sturing om de energietransitie daadwerkelijk tot stand te brengen.

Landschap is de basis

In grote lijnen bestaat het Friese landschap uit vier gebieden die elk een andere grondslag/bodem en ontstaanswijze kennen. We onderscheiden; de kleigebieden, de zandgebieden, de veengebieden en de Waddeneilanden (met duinen, binnenduinrand en polder). Bij de vertaling van de uitkomsten van de regionale ateliers blijkt deze basis leidend voor de kansen voor duurzame energieopwekking. 

Enkele voorbeelden van bouwstenen: zelfvoorzienende melkveehouderij (links), het kleinschalige zandgebied (rechts), het zelfredzame eiland (onder) en peilopzet in het veengebied (boven)

Kernen: klein, middelgroot en groot

Fryslân telt 10 stedelijke kernen (woningdichtheid >1000/km2 en inwonertal > 10.000), 38 middelgrote dorpen (inwonertal >2000 en woningdichtheid <1000/km2) en maar liefst 366 kleine dorpen (inwonertal < 2000). Dorpen hebben vaak meer mogelijkheden om energieneutraal te worden, vanwege de lagere energievraag en de beschikbaarheid van ruimte. Aan de andere kant geeft de woningdichtheid in de stad meer kans om kostenefficiënt te werken; bijvoorbeeld voor de aanleg van een warmtenetwerk.

In de ateliers is in alle regio’s erkend dat energiebesparing op de eerste plaats zou moeten komen. Daarnaast is gepleit voor de mogelijkheid om eigen keuzes te kunnen maken op het gebied van de opwekking van duurzame energie op dorps- of buurtniveau. Eigen keuzemogelijkheden geven de beste grondslag om draagvlak te bereiken.

Voorbeelduitwerking kleine kernen (100% energieneutraal), middelgrote kernen (100% energieneutraal) en grote kernen (60% energieneutraal).

De netwerken

Het Friese landschap is al eeuwen lang gevormd door menselijk handelen, waarbij de logica van het systeem geleid heeft tot het landschap dat we nu kennen. De logica van het energiesysteem zal op zijn beurt weer leidend zijn voor de ontwikkeling van onze toekomstige (energie)landschappen. Plekken waar het netwerk zwaar genoeg is om grotere hoeveelheden duurzame energie te kunnen opvangen, zijn (vanuit het energiesysteem gezien) logische aantakkingspunten voor duurzame energieopwekking. Een hoge stedelijke dichtheid en de beschikbaarheid van aardwarmte biedt kansen voor een geothermienetwerk. De afwezigheid van netwerken vraagt om decentrale maatregelen voor de energievoorziening.

Huidige situatie (links): de auto neemt veel ruimte in beslag in het stedelijk gebied. Toekomstige situatie (rechts): nieuwe mobiliteits-concepten zorgen voor meer ruimte in het straatprofiel.

Mobiliteit

In hoofdlijnen is er onderscheid gemaakt tussen wad en wal. Op de eilanden worden stille vormen van vervoer voorgesteld, mede om het profiel van stilte/rust/gezondheid voor bewoner en recreant te versterken. Duurzaamheidsambities worden in de concessies (tenders) voor de veerboot meegenomen. De (zelfrijdende) elektrische deelauto is naast de (elektrische) fiets voor dunbevolkt Fryslân een interessant alternatief voor OV en persoonlijk autobezit. Daarnaast kunnen innovaties in mobiliteit (zelfrijdende, stillere en compactere vervoersmiddelen) ervoor zorgen dat er ruimte in de straat vrij komt. Dit biedt kansen voor het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de bebouwde omgeving.

Totaalkaart uit de energieateliers Fryslân: zelfvoorzienende kernen, slim ingezette netwerken, circulaire landbouw en op het landschap geënte oplossingen leiden tot een energie-neutrale provincie

Conclusie

De energietransitie Fryslân is een enorme opgave die veel van mensen vraagt. Waar overheid en samenleving beide hun rol pakken is het niettemin een haalbare opgave waarmee we stap voor stap 100% duurzame energie kunnen bereiken. Daarnaast heeft Fryslân de kans om een structurele extra bijdrage te leveren aan het klimaatprobleem door via circulaire bedrijfsvoering, afbouwen van het kunstmestgebruik en aanpak van de veenweideproblematiek ook de verborgen opgave van CO2 en methaanreductie aan te pakken.

Website regionale energiestrategie >

Website Friese Energiestrategie >

INHOUDELIJKE BIJDRAGE

Voormalig medewerker Joppe Veul

Meer weten? Wij hebben eraan gewerkt

Nikol Dietz directeur, landschapsarchitect

Gerelateerd

Project

IABR 2016 Atelier Groningen

  • Duurzame Stad & Regio
  • Energie & Ruimte
Project

Strategische Visie Krimpener­waard

  • Duurzame Stad & Regio
  • Energie & Ruimte