• Opdrachtgever
  • Rijkswaterstaat
  • Locatie
  • A4 zone
  • Schaal
  • L
  • Periode
  • 2021-2022
  • Partners
  • Vereniging Deltametropool

Samen met Vereniging Deltametropool en in opdracht van Rijkswaterstaat (afdeling Markt & Innovatie) werkten we aan een toekomstperspectief voor de A4-zone tussen Rotterdam en Amsterdam, waarin de aanplant van bos wordt ingezet om bij te dragen aan het oplossen van landschappelijke opgaven en om waardevolle landschappen te creëren waar we weer decennia mee vooruit kunnen. De A4 fungeert in dit toekomstperspectief via recreatieve knooppunten als toegangspoort tot deze landschappen.

Aanleiding

Dat het landschap in de A4-zone verandert staat vast. De uitdaging is om het landschap zo in te richten dat het ook in de toekomst nog aantrekkelijk en waardevol is om er te wonen, werken en recreëren. De A4 tussen Amsterdam en Rotterdam loopt op de overgang van het Groene Hart naar het Strandwallenlandschap. Hierbij doorkruist ze verschillende landschapstypen die de komende decennia, door een veranderend klimaat, voor verschillende grote opgaven staan, waaronder verzilting, droogtestress, wateroverlast en bodemdaling. De natuurlijke structuren die er zijn liggen verspreid en versnipperd.

Huidige situatie, A4 vormt barrière tussen oost en west
Toekomstige situatie, robuuste groenstructuur doorkruist de A4 zone

Aanpak

Dit toekomstperspectief stelt een robuuste ecologische structuur voor waarin de aanplant van bos een grote rol speelt. De ontwikkeling van dat bos wordt ingezet om bij te dragen aan het oplossen van landschappelijke opgaven én creëert aantrekkelijke landschappen waar we weer decennia mee vooruit kunnen. Daarbij wordt het juiste bos op de juiste plek geplant, lettend op de natuurlijke omstandigheden, de ondergrond en de landschappelijke inpassing. Het toekomstperspectief schetst grove bosstructuren ter versterking van stadsranden en langs infrastructuur. Dit versterkt de oost-westverbinding en biedt kansen voor de inpassing van moeras/natte teelten met onder andere bos in het veenweidegebied. In de droogmakerijen is plaats voor productiebos, waterberging en natuur-inclusieve landbouw. De A4 krijgt in dit perspectief een rol als toegangspoort tot die nieuwe landschappen: verzorgingsplaatsen transformeren naar recreatieve knooppunten met plekken voor ontmoeting, werken en recreëren.

Toekomstperspectief A4 zone

Resultaat

Stadsranden

De stadsranden zijn in het verleden helaas vaak als restruimte beschouwd, en zijn zo een plek geworden waar veel verrommeling heeft plaatsgevonden. Als in een blinde vlek heeft hier veel ontwikkeling plaatsgevonden die eerder een barrière dan een toegang tot het landschap heeft gevormd. Deze trend kunnen we echter keren.

De locatie aan de A4 biedt kansen om bedrijvigheid meer te clusteren, waardoor er ruimte vrijkomt voor stevige groen-blauwe verbindingen tussen stad en landschap. In het toekomstperspectief worden niet alleen bestaande groenstructuren verbonden, maar ontstaat er ook een aantrekkelijk tussengebied met kansen voor woningbouw en recreatie in het groen dat kan bijdragen aan het verminderen van hittestress en de wateropgave.

Veenweidegebied

De veenweiden vormen een open landschap dat algemeen gewaardeerd en gerespecteerd wordt. Om deze te behouden en verdroging en bodemdaling tegen te gaan, stelt dit toekomstperspectief een hoger waterpeil voor. Daarmee blijft er ook ruimte voor bijzondere biodiversiteit.

Langs de randen van infrastructuur zal meer ruimte vrijkomen, doordat er naar verwachting minder rijbanen nodig zullen zijn bij autonoom rijden. Deze ruimte kan benut worden om bos aan te planten. Hierbij is er de focus op een landschappelijk ontwerp met doorkijken naar het landschap en bos dat de overgang naar een natter landschap markeert. Het bos biedt zo een structuur die de openheid van de veenweiden accentueert en kan worden benut om kleine woningbouwopgaven in te kleden.

Droogmakerij

De droogmakerij kampt met verschillende uitdagingen. Zo is er sprake van verzilting door zoute grondwaterlagen, wat tot een zoetwatertekort leidt, mede door de noodzaak tot doorspoelen van de droogmakerij voor de akkerbouw. Verder dreigt er degradatie van zeer vruchtbare grond door inklinking van de klei en is er weinig bos en recreatiegebied.

Hier kan bos een rol spelen in het nieuwe landschap, door het bestaande grid te versterken met stevig omzoomde lanen, waarbij in de vlakken verschillende invullingen mogelijk zijn, variërend van agrarisch (met nieuwe vormen van landbouw), tot productiebos (voor de houtproductie) en waterbuffers (om over voldoende zoet water te beschikken en verzilting tegen te gaan) en meer. Dit zorgt voor nieuwe recreatiemogelijkheden en landschappelijke verdienmodellen in een variabel en verrassend landschap waar het groene grid alles verbindt.

Verzorgingsplaats

Snelwegen vormen een barrière en zijn vaak afgesneden van het omliggende landschap. Daarbij staat het verdienmodel van de voorzieningen aan de snelwegen onder druk door de elektrificatie van het wagenpark en veranderende voorkeuren in de vervoers- en logistieke sector. Doordat deze verzorgingsplaatsen doorgaans zijn afgesneden van het omliggende landschap ontstaan zo in zichzelf gekeerde milieus met een lage verblijfskwaliteit.

 

Dat kan beter. De programmering van verzorgingsplaatsen wordt in dit toekomstperspectief verbreed naar verblijf, werken, recreatie en aan het landschap verbonden functies, zoals de verkoop van lokale agrarische producten. Hiertoe wordt een alternatieve inrichting van verzorgingsplaatsen voorgesteld, waarbij de verzorgingsplaatsen echt onderdeel van de openbare ruimte worden. Dit gaat gepaard met een duidelijke relatie met het omliggende landschap.

Nu: verzorgingsplaats afgesneden van het landschap, straks: verbinding met het landschap
Nu: verzorgingsplaats hoort bij de snelweg, straks: verzorgingsplaats onderdeel van openbare ruimte
Nu: verzorgingsplaats onderdeel van de snelweg, straks: onderdeel van het lokale netwerk

Dit grijpt aan op nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot mobiliteit: door een combinatie van autonoom vervoer en een snelheid van 80 km per uur passen er meer auto’s op dezelfde rijstroken en komt er ruimte vrij bij op- en afritten. Door de buitenste banen als gescheiden parallelbanen met een snelheid van 60 km per uur uit te voeren, wordt betere verwevenheid in de lokale wegennetwerken mogelijk, terwijl de doorstroming van regionaal en interregionaal autovervoer gewaarborgd blijft.

 

Steeds dient hierbij integraal gekeken te worden naar kansen om de oost-west relaties te versterken.

Met bijdrage van voormalig medewerker Arjen Spijkerman.

Meer weten? Wij hebben eraan gewerkt

Gerelateerd

Project

Ecologische voorzieningen grootschalige infrastructuur

  • Infrastructuur
Project

Bos en Woningbouw

  • Duurzame Stad & Regio
  • Natuurontwikkeling