• Opdrachtgever
  • Delta Plan Hoge Zandgronden
  • Locatie
  • Zuid Nederland
  • Schaal
  • L
  • Periode
  • 2019
  • Partners
  • Programma Bureau Maas

De beschikbaarheid van zoet grondwater van hoge kwaliteit is van grote betekenis voor de Hoge Zandgronden in Zuid-Nederland. Van nature werkt dit gebied als een ‘spons’ die het overvloedige regenwater in de winter opneemt in de bodem en gedurende de drogere zomerperiode geleidelijk afgeeft. Dit komt ten goede aan de natuur, de landbouw en ander water-gerelateerd gebruik. De werking van de spons staat echter onder druk vanwege klimaatverandering en het huidige landgebruik.

Zandgronden in Nederland worden vertegenwoordigd door twee regio’s: Zuid en Oost. Beide regio’s werken aan de uitvoering van het Deltaplan Zoetwater fase 1 (2016-2021). Het werkprogramma ‘Wel goed water geven!’ beschrijft de maatregelen die de regionale deelnemende partijen op de Hoge Zandgronden in de periode 2016-2021 nemen om de zoetwatervoorziening klimaatbestendiger te maken.

Inmiddels wordt vooruitgekeken naar fase 2 van het Deltaprogramma (2022-2027). Ondertussen is duidelijk dat maatregelen tegen droogte maar zelden op zich staan. Zij raken aan tal van andere ruimtelijke aspecten. Deze ruimtelijke verkenning is opgesteld vanuit de optiek van integraal ruimtelijk denken en is bedoeld om het proces op weg naar een maatregelenpakket voor fase 2 te ondersteunen. Het gaat nog niet zozeer om het lokaliseren van de maatregelen, maar wel om deze te koppelen aan de eigenschappen van het watersysteem en de knelpunten en kansen hierin.

 

hoe kunnen de hoge zandgronden van zuid nederland klimaat bestendiger worden?

Het perspectief is een robuust en veerkrachtig watersysteem met een betere balans tussen watervraag en wateraanbod. Dit kan bereikt worden door maatregelen aan de vraagzijde én de aanbodzijde van het watersysteem. Maatregelen hebben effect op de plaats waar ze genomen worden, maar zeker ook daarbuiten. Maatregelen versterken elkaar als zij meer gebieds-dekkend ingezet worden en geplaatst worden in logische ketens en zones binnen een stroomgebied.

aanpak

Binnen het gebied van de Hoge Zandgronden Zuid-Nederland zijn in het kader van deze verkenning vijf verschillende typen benoemd welke verschillen in ondergrond, watersysteem, ruimtegebruik en landschappelijke verschijning. Elk landschapstype vormt als het ware een uniek systeem waarin deze aspecten op elkaar inwerken. In de uitwerking wordt aan de hand van de isometrie van de bestaande situatie het huidige systeem en zijn knelpunten beschreven. De focus ligt daarbij in eerste instantie op de droogte, maar waar nodig wordt direct de relatie met andere water-gerelateerde aspecten gelegd. Vervolgens wordt een perspectief uitgewerkt, waarbij principes en maatregelen in samenhang zijn toegepast en weergegeven op de isometrie van de huidige situatie. 

 

Binnen het gebied van de Hoge Zandgronden Zuid-Nederland zijn in het kader van deze verkenning vijf verschillende typen benoemd; verschillen in ondergrond, watersysteem, ruimtegebruik en landschappelijke verschijning. Elk landschapstype vormt als het ware een uniek systeem waarin deze aspecten op elkaar inwerken. In de uitwerking wordt aan de hand van de isometrie van de bestaande situatie het huidige systeem en zijn knelpunten beschreven. De focus ligt daarbij in eerste instantie op de droogte, maar waar nodig wordt direct de relatie met andere water-gerelateerde aspecten gelegd. 

Het heuvellandschap
Het maaslandschap
Het bekenlandschap
Het landschap van zand naar klei
het stedelijke landschap

Vervolgens wordt een perspectief uitgewerkt, waarbij principes en maatregelen in samenhang zijn toegepast en weergegeven op de isometrie van de huidige situatie. 

Het heuvellandschap
Het maaslandschap
Het bekenlandschap
Het landschap van zand naar klei
het stedelijke landschap

Resultaat

Het wordt steeds duidelijker dat de realisatie van watermaatregelen niet op zichzelf kan en mag staan. Door opschaling, koppeling aan andere doelstellingen en samenwerking tussen verschillende partijen op gebiedsniveau is er veel meer te bereiken. Ten opzichte van het huidige maatregelenprogramma zal het volgende programma integraler en ruimtelijker zijn: van waterstrategie naar ruimtelijke strategie.

Aanbevolen wordt de ruimtelijke strategie te baseren op drie pijlers:

  • Een voorkeur voor samenhangende oplossingen
  • Duidelijke keuzes per deelstroomgebied: inpassen, aanpassen, transformeren
  • Werken met nieuwe coalities

Aanbevolen wordt om per deelstroomgebied te kiezen op welke manier de realisatie van de watermaatregelen wordt ingezet. Binnen een deelstroomgebied hangen de verschillende aspecten van het watersysteem sterk met elkaar en met het landgebruik samen. Bovendien vormt een deelstroomgebied een zeer geschikt schaalniveau voor het definiëren van een strategie: groot genoeg voor integrale keuzes, en klein genoeg om concrete ingrepen te onderscheiden. Aanbevolen wordt om bijzondere aandacht te geven aan de gebieden met bovenlopen, stedelijk gebied en natte natuurparels. Hier kan een gebiedsontwikkeling op gang worden gebracht, waar ook ruimtelijke transformaties onderdeel van zijn. Hier is de meerwaarde op schaal van Zuid-Nederland als geheel het grootst. Dit zijn kansgebieden voor zoetwater.

Vervolg

Het is nu aan gebiedspartners om te komen tot gebiedsgericht maatwerk. Het werkboek schetst een methode om kansrijke strategieën en maatregelen te bepalen op de schaal van deelstroomgebieden. Daarmee is het geschikt voor planvorming op verschillende schaalniveaus. Het is bruikbaar voor het uitwerken van ruimtelijke kaders op de schaal van provincies, maar ook voor gebiedsgerichte uitwerking door gebiedspartners. 

INHOUDELIJKE BIJDRAGE

Voormalig medewerker Inge Kersten

Meer weten? Wij hebben eraan gewerkt

Pieter Schengenga directeur, landschapsarchitect
Josje Hoefsloot Landschapsarchitect

Gerelateerd