• Opdrachtgever
  • Havenbedrijf Rotterdam (HbR)
  • Locatie
  • Tweede Maasvlakte, haven Rotterdam
  • Schaal
  • M
  • Periode
  • 2005-2011
  • Partners
  • bureau Stadsnatuur Rotterdam (bSR)
  • Kees Vertegaal ecologie

De doelstelling van het Havenbedrijf Rotterdam om met de uitbreiding van de Maasvlakte het havenareaal uit te breiden is gecombineerd met de realisatie van ruimte voor recreatie en nieuwe natuur. De Tweede Maasvlakte ontwikkelt zich steeds meer als belangrijk natuur- en recreatiegebied.

Aanleiding

365 miljoen kuub

Om aan de ambities op het gebied van groei en ontwikkeling van de Rotterdamse haven vorm te kunnen geven heeft het Havenbedrijf een westwaartse uitbreiding gerealiseerd. Met de uitbreiding is in 2008 gestart. Voor de realisatie is circa 365 miljoen m3 zand gebruikt. In 2013 is Maasvlakte 2 in gebruik genomen. Aan de realisatie ervan wordt nog steeds gewerkt.

Buitencontour

MV2 biedt ruimte aan bedrijvigheid voor containeroverslag, chemie en distributie. De uitbreiding meet 2000 hectare. De helft daarvan is uitgeefbaar terrein voor havengerelateerde bedrijvigheid. De rest bestaat uit infrastructuur, de zeewering en andere voorzieningen, gebundeld in de zogenaamde buitencontour. Voor deze buitencontour heeft H+N+S Landschapsarchitecten het landschapsplan opgesteld. 

Naast functionaliteit van de haven spelen ook andere zaken een belangrijke rol in het ontwerp van MV2

De functionaliteit van de werkende haven staat voorop. Toch spelen ook andere zaken een belangrijke rol in de inrichting van MV2, onder andere recreatie en natuur. Feitelijk zijn er drie karakteristieken van de haven: naast de technische wereld van de functionele haven, is dat de natuurlijke haven en de toegankelijke en attractieve haven. In het landschapsplan voor de hoofdstructuur van MV2 zijn deze drie ‘ werelden’ of thema’s in één aansprekend concept samengebald. De inhoudelijke ambities, de planinzet en planinterventies zijn aan deze hoofdthema’s gekoppeld. 

Aanpak

Verkenning

Voor de inrichting van dit nieuwe stuk ‘havenlandschap’ is in april 2006 door H+N+S Landschapsarchitecten in samenwerking met bSR (bureau Stadsnatuur Rotterdam) een Verkenning opgesteld in opdracht van de projectorganisatie Maasvlakte 2, onderdeel van het Havenbedrijf Rotterdam. Onderdelen uit deze Verkenning zijn door de Projectorganisatie Maasvlakte 2 (PMV2) verwerkt in het Voorkeursalternatief MER MV2 en het bestemmingsplan.

Uitwerkingen

In 2009 en 2010 is de Verkenning verder uitgewerkt in een Landschapsplan. Dit basisplan is later op onderdelen verder uitgewerkt. Een van de uitwerkingen betreft het entreegebied: de overgang van MVI naar MV2. Een ander onderdeel is de realisatie van het B-knooppunt, een van de duinviaducten. Verder zijn ook de zogeheten Zuidpunt en de parkeervoorzieningen bij het intensief strand door ons uitgewerkt.

Conceptkaart MV2

Resultaat

Stoer

Drie karakteristieken zijn van invloed op het landschapsontwerp: 1. de technische wereld van de functionele haven; 2. de natuurlijke haven, 3. de toegankelijke en attractieve haven. In het landschapsplan zijn deze 3 ‘werelden’ in één aansprekend concept gevat en tot inrichtingsniveau doorvertaald. Zo is een stoer landschap gecomponeerd dat past bij de schaal, met lange zichtlijnen, robuuste viaducten, een groot intensief te gebruiken strand, kloeke parkings enzovoorts.

Natuurlijke processen

Op de enorme schaal van de buitencontour is een nauwkeurig gecomponeerd landschap ontworpen  dat echter onder invloed van natuurlijke processen (zoals verstuiving) zijn uiteindelijke vorm krijgt. Hierin zijn zorgvuldig bepaalde doorkijken en uitzichtplekken opgenomen, waarbij het contrast tussen enerzijds het natuurlijke duinlandschap en anderzijds het havenlandschap centraal staat. Dit contrast bepaalt ook het ontwerp voor het dwarsprofiel van de infrastructuurbundel.

Landschap

Duinviaducten

De ambitie voor het landschapsplan zit grotendeels gebundeld in de buitencontour: beter gezegd in het natuurlijk duinlandschap en de infrabundel. De infrabundel scheidt de semi-natuurlijke buitencontour van de functionele haven aan de luwe binnenzijde. De duinviaducten zijn een soort ‘bemiddelaars’, herkenbare bakens, waar het natuurlijk duinlandschap, de functionele haven en de attractieve haven elkaar letterlijk raken. De duinviaducten zijn uitontworpen door Zwarts Jansma architecten.

Enscenering

Aan de buitencontour en infrabundel is nauwgezet ontworpen, waarbij ‘gespeeld’ is met onder andere het verschil tussen links en rechts, met hoogteverschillen en doorzichten. Deze enscenering op de schaal van honderden meters en zelfs kilometers heeft geleid tot de Maasvlakte-compositie (met een partituur bestaand uit asfalt, beton en zand). 

Impressie uitzichtsduin van ± 70 meter hoog

Havenzichten

In het ontwerp zijn enkele zichten vrijgehouden, met zicht op het natuurlandschap van duinen en Noordzee (de’panoramaplekken’) maar ook op het landschap van de werkende haven (de ‘havenzichten’). Voor de geplande terminals geeft dit op drie plekken, namelijk de koppen van de insteekhavens, eisen ten aanzien van het vrijhouden van zichtlijnen. Om zicht over de havenbekkens vrij te houden gelden hier beperkingen ten aanzien van situering en hoogte van bebouwing.

Spontane natuurontwikkeling

Veel aandacht is in het landschapsplan uitgegaan naar het onderdeel natuur. De uitdaging bestaat eruit de spontane natuurontwikkeling te ‘kanaliseren’ ofwel begeleiden. Het laten ontstaan, deels weer laten verdwijnen maar ook het niet laten ontstaan van bijzondere natuurwaarden vormt een belangrijk onderdeel van het landschapsplan voor MV2. 

standaardprofiel buitencontour met ecotypen

Profilering duinenrij

Bij het ontwerp van de duinen is ingezet op de ontwikkeling van een semi-natuurlijk duinlandschap. Daarom is de duinenrij gemaakt, civieltechnisch, en ten behoeve van de gewenste fixatie bij aanleg deels ingeplant (met helm, ter voorkoming van ongewenst verstuiven). Vervolgens is het idee dat de natuur verder vrij spel krijgt en het microreliëf als het ware zelf vormt.

Windkuilen

Deze natuurlijke ontwikkeling is bereikt door delen van het talud niet vast te leggen: plaatselijk zijn ovaalvormige plekken open gelaten – de zogenaamde windkuilen. De windkuilen zorgen plaatselijk voor verstuivingsdynamiek en daardoor microreliëf, waardoor het duin onder invloed van de wind vanzelf een natuurlijk aanzicht krijgt. Zo wordt ontwikkeling van een natuurlijke zeereepbegroeiing wordt gestimuleerd. 

parkeermachine

Broedvogels

Door de zachte zeewering met het juiste zand aan te leggen en enige verstuiving toe te staan ontwikkelen zich omstandigheden die veel lijken op een natuurlijke zeereep, met bijbehorende soorten (planten en dieren). De luwe binnenzijde zal geleidelijk begroeid raken met struiken (onder andere duindoorn, vlier). Deze struwelen zijn een goed leefgebied voor broedvogels (diverse zangvogels). Nog iets verder landinwaarts kunnen droge duingraslanden ontstaan tussen de recreatieve fietspaden, wegen en parkeerplaatsen.

Parkeermachine

De parkeervoorziening bij het intensieve strand – met 1500 parkeerplekken - is opgeknipt om te voorkomen dat een te massaal beeld ontstaat. De parkeervelden zijn iets het duin ingeschoven. Elk veld vormt een inham in de duinenrij. In de vormgeving is aangesloten bij het functionele, stoere karakter van de plek. Door de parkeerplekken vorm te geven als man-made interventies in het semi-natuurlijke duinlandschap wordt aansluiting gezocht bij de robuuste en technische wereld van MV2. 

foto's na realisatie
foto's na realisatie
foto's na realisatie
foto's na realisatie
foto's na realisatie
foto's na realisatie
trapontwerp door Jan Konings
Jan Konings, 2013 (foto Bas Princen)
foto's na realisatie
superduin zandwacht (door: Observatorium)

Inhoudelijke bijdrage

Voormalig medewerker Tim de Weerd

Meer weten? Wij hebben eraan gewerkt

Hank van Tilborg directeur, tuin- en landschapsarchitect
Dirk Sijmons adviseur/projectleider, landschapsarchitect
Jutta Raith architect

Gerelateerd

Project

Masterplan en inrichtingsplan MaasvlaktePlaza

  • Landscaping
  • Infrastructuur
  • Natuurontwikkeling
Project

Landschaps­plan Centrale As

  • Infrastructuur
  • Natuurontwikkeling