Water + Land

Maak kennis met Pieter Schengenga

De directie van H+N+S bestaat vanaf 1 mei 2017 uit Nikol Dietz, Hank van Tilborg en Pieter Schengenga. Met het terugtreden van Jandirk Hoekstra is de laatste stap in de geleidelijke transitie vanaf 2011 gezet. Samen met ‘founding fathers’ Dirk Sijmons en Lodewijk van Nieuwenhuijze blijft Jandirk als adviseur aan het bureau verbonden. H+N+S introduceert Pieter Schengenga, die sinds 2000 werkzaam is bij H+N+S en in 2014 tot de directie van het bureau is toegetreden.

Nieuws 28 april 2017, Amersfoort

Zijn uitdaging is de volledige integratie van nut en schoonheid in één plan. Hij koppelt zijn liefde voor het Nederlandse landschap aan een bijzondere fascinatie voor techniek: de werking van het systeem. Pieter heeft een bijzondere ervaring in projecten op het gebied van water en ontwerp.

De betrokkenheid bij Ruimte voor de Rivier is een ‘lange lijn’ in Pieters werk. Deze loopt van de Langetermijnvisie en toekomstbeelden (2003), tot en met de concrete uitvoering van Ruimte voor de Rivier projecten. Pieter exporteerde zijn landschappelijke benadering van watervraagstukken naar onder andere New Orleans en New York. Hij kent de verschillende rollen die een landschapsarchitect binnen dergelijke langlopende complexe projecten kan spelen: aan de zijde van de initiatiefnemer (tijdens planvorming én uitvoering), maar ook aan de zijde van aannemers tijdens tenders en uitvoering. Hij kan zich daardoor goed inleven in de verschillende belangen en weet hoe je de ruimtelijk ambities voor de volgende fasen moet borgen.

Pieter kampeert graag en ziet en voelt het landschap het liefst vanaf de fiets.

Pieter gaat lachend aan de leiding

Interview

Wie/wat heeft je geïnspireerd om landschapsarchitect te worden?

Eigenlijk was dit het woord ‘landschapsarchitect’ zelf. Op aanraden van mijn moeder verdiepte ik mij in de Wageningse studiegids toen mijn oog hier op viel. Landschap en architect: twee begrippen die mij allebei aanspraken, maar die ik nooit eerder in deze combinatie gezien had. Ik voelde meteen de spanning en uitdaging die er in besloten ligt, en besloot op datzelfde moment het avontuur aan te gaan. 

Maar de basis is de omgeving waarin ik opgegroeid ben. Midden in het Zuid-Limburgse Heuvelland, met zicht over een droogdal op de helling die eindigt tegen de rafelige rand van het Schweibergerbos. Vanaf mijn 9e jaar begon ik op mijn kleine Eddy-Merckx racefiets Limburg te verkennen, steeds een beetje verder van huis. Het uitzicht op de bosrand is in 40 jaar overigens twee maal sterk veranderd. In de vroege jaren 70 zagen mijn ouders alle hoogstamfruit ik korte tijd verdwijnen, onder invloed van de rooipremies voor de landbouw. En nu, 40 jaar later, heeft de landbouw plaatsgemaakt voor natuur met woest ogende koeien. 

Wat is je sterkste kwaliteit als landschapsarchitect?

Ik denk dat ik snel verbanden leg, onverwachte combinaties maak waardoor een complexe puzzel opeens helderder wordt. Ik bekijk alles in perspectief van de lange lijn van verleden naar de toekomst. Al onze keuzes dienen zich wat mij betreft zowel naar verleden als toekomst te verhouden. Verder hoef ik niet zo nodig een nadrukkelijk eigen ontwerpersstempel op een plan of project te zetten. Natuurlijk is dit sterke ontwerpidee er wel, maar het mag nooit dwingend of geforceerd zijn. Dit werkt het beste in de grootschalige plannen en projecten met vele betrokkenen waar ik vaak mee bezig ben. 

Fort Everdingen (foto: Johan Bakker)

Wat zou iedere landschapsarchitect moeten kennen of bezocht hebben en waarom?
Ten westen van Culemborg, waar de Diefdijk de Lekdijk raakt, liggen twee waterlinieforten. De kleine, het Werk aan het Spoel, is op spectaculaire wijze heringericht naar ontwerp van Ronald Rietveld. Met het Spoel kreeg Culemborg er een fijne ontmoetingsplek bij, met tal van activiteiten. Een kilometer naar het westen ligt fort Everdingen, dat sinds kort toegankelijk is. Dit fort ligt er nog veel ruiger bij: hier is nog heel wat te ontdekken. Niet dat de ene opvatting beter is dan de andere, ik vind het geweldig dat beide naast elkaar kunnen bestaan. En als je toch gaat kijken, neem dan meteen het gehistoriseerde stukje Diefdijk mee.

Verder ter inspiratie: kijk eens naar de ontwerpopvatting van Jan-Willem Sintnicolaas: jguillem.com/jans-ten-tenets. Deze fietsenbouwer komt wat mij betreft heel dicht bij de definitie van een goed landschapsontwerp. 

Waterplan voor New Orleans door Pieter

Waar ben je het meest trots op in je carrière en waarom?

Ik ben trots op Het Reevediep, dat nu volop in uitvoering is. In 2004 ben ik hierbij al betrokken geraakt, toen we het tracé voor de bypass bij Kampen ontwierpen. Daarna volgden een masterplan, variantenstudies, MERs, inrichtings- en beeldkwaliteitplannen. Ik ben op dit moment betrokken in de realisatiefase. Ik ben er trots op dat hier een nieuwe rivier in de IJsseldelta ontstaat, met alles er op en er aan. Straks zal het grillige water het beeld hier bepalen. Een beetje wind op het IJsselmeer en het schiet hier zo een meter omhoog. Het zien van de eerste luchtfoto’s van de uitvoering was een bijzondere ervaring: de contouren van de nieuwe dijken tekenen zich precies zo af als jaren geleden neergezet met mijn pentel-pen.

En er is ook één moment waar ik nu aan moet denken. Tijdens één van de vele workshops in New Orleans werd er door veel mensen hard gedacht en gewerkt aan opgaven en oplossingen voor plekken in de stad, maar met nog weinig onderlinge samenhang. Onder druk van het naderende presentatiemoment en geholpen door de jetlag ben ik toen ’s ochtends vroeg meteen aan de slag gegaan met de integratiekaart; het waterplan. Er kwamen steeds meer mensen om mij heen staan, terwijl ik onverstoord doortekende. De losse ideeën werden aangedragen, en ik verwerkte deze op de kaart. De kaart die op die dag gemaakt is, wordt nog steeds gebruikt, en bleek een belangrijke basis voor het waterplan. 

Het Reevediep krijgt vorm (foto: Ruimte voor de Rivier IJsseldelta)

Wat is je toekomstvisie voor H+N+S? 

H+N+S heeft in het verleden altijd de grenzen van het vak opgezocht en opgerekt. Door nieuwe thema’s te omarmen hebben we het werkveld verbreed en onszelf relevant gemaakt. Telkens met als doel het vinden van goede oplossingen voor de problemen waar het landschap en de maatschappij in het algemeen voor staat. Het thema energie staat op dit moment volop in de belangstelling. H+N+S wordt hiervoor gevraagd, omdat we de opgave kennen, tot oplossingen komen en beiden op inzichtelijke wijze kunnen presenteren. Met onze visie op water en energie hebben we goede basis voor de verbreding naar duurzaamheid. Hier hoort ook zeker de grote aandacht voor omgang met het culturele erfgoed bij. H+N+S bestaat uit een bijzondere club mensen om deze uitdagingen aan te gaan. Zeker nu de oprichters als adviseur nog volop betrokken zijn zullen we de mix van ervaring en nieuw talent goed benutten.

 

Wat zijn volgens jou de grootste toekomstige uitdagingen voor de landschapsarchitectuur?

De landschapsarchitectuur moet zich mengen in de brede discussie over een duurzame omgeving. Daarnaast moeten we het bewijs blijven leveren: goede plannen en projecten maken, die werken en kwaliteit toevoegen. Daarnaast wordt het misschien eens tijd om de theoretische kant van ons eigen ontwerpersvak weer eens op de kaart te zetten. Onze theorie en opvatting als ontwerper. Je zou eigenlijk verwachten dat de wat luwere jaren wat dat betreft veel hebben opgeleverd. Maar ik zie hierin zeker nog een grote uitdaging.

Profielpagina Pieter